De vooruitziende blik van Van der Staaij

Casus

Als iemand bij een verkeerd bestuursorgaan een bezwaarschrift indient wordt het door dat bestuursorgaan doorgezonden naar het bevoegde orgaan. Dat is vastgelegd in artikel 6:15 Awb. Of een bezwaarschrift tijdig is ingekomen bij het bevoegde orgaan, is dan het tijdstip van indiening bij het verkeerde orgaan beslissend.

Toelichting regeling

Dat is een niet ingewikkelde regeling. De heer Van der Staaij heeft zich dan ook in het verleden afgevraagd of iemand het misschien met opzet bij een verkeerd orgaan kan indienen. Daarop werd hem te verstaan werd gegeven dat zo’n situatie eigenlijk niet voorkomt. Niets is minder waar, zo blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Amsterdam.

Jurisprudentie

>In haar uitspraak van 11 januari 2018 laat het hof weten dat, gezien de handelswijze van gemachtigde (niet geanonimiseerd overigens) in het verleden en in de casus, er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in de zin van artikel 6:15, lid 3, Awb. Als tijdstip van indiening van het bezwaarschrift geldt daarom volgens het Gerechtshof het tijdstip van ontvangst door de heffingsambtenaar en niet het tijdstip van ontvangst door het verkeerde orgaan. Aldus werd het bezwaarschrift buiten de wettelijke termijn ingediend.

Toekomst

Het lijkt erop dat de heer Van der Staaij een vooruitziende blik heeft gehad en zijn pappenheimers heel goed kent. Ook al zijn er maar weinig van, die paar pappenheimers frustreren wel. Reden temeer om even de aandacht te vestigen op deze uitspraak.